CAN (Clean Air Now): Karin Spainks column in het parool






Column




De antirook-brigade


WINNEN, MAAR TOCH een veeg uit de pan krijgen van de jury: dat overkwam
Gert de Graaff van de week bij de IDFA, het Internationaal Documentaire
Festival. De Graaf won een mooie prijs en lovende woorden waren zijn deel.
Tegelijkertijd sprak de jury een “sterk protest” uit tegen “de
buitensporige nicotineverslaving van de hoofdpersoon” in diezelfde
documentaire. Dat suggereert kettingrokerij, scènes die schier onzichtbaar
worden door walmen van rook – maar in de ruim anderhalf uur die de film duurt
rookt de hoofdpersoon slechts twee sigaretten, wat zelfs in _real time_ weinig
is voor een verstokt roker.


En al zóu er continue gerookt worden, wat dan nog? Sinds wanneer is de
aan- of afwezigheid van rokers een artistiek criterium? Gaat het bij het
beoordelen van de waarde van een documentaire niet over opzet, stijl,
innovatie, structuur, montage, snit, belichting, kadrering en dergelijke?
Heeft een jury zich niet over vakmanschap en vorm te buigen in plaats van over
het gedrag van personages? Je hoeft het niet eens te zijn met een personage om
een film, boek of documentaire prachtig of overrompelend te vinden – anders
kun je alle documentaires over oorlog, verkrachting, roof en dergelijke beter
meteen buiten de competitie houden:


Ik kan in zo’n absurd juryrapport niets anders zien dan een misplaatste
politiek correcte actie van een jurylid dat over de ruggen van
documentairemakers zijn gelijk wenst te halen: roken is ongezond en dus wens
ik het niet eens te _zien_, moet de man geredeneerd hebben, en wie het toch
toont zal ik kastijden (ook al bewonder ik zijn werk).


De werkelijkheid, ook de verbeelde, laat zich echter niet zo makkelijk aan
wensen en ideologie aanpassen. Dat niemand voorstander is van dakloosheid,
schizofrenie, moord of mishandeling betekent niet dat die daarom plots niet
bestaan, en al helemaal niet dat zulks vanwege die collectieve afkeuring niet
_getoond_ mag worden. Toch is dat precies het standpunt dat dit mallotige
jurylid innam, onderwijl met griezelig gemak een algemene
gezondheidsaanbeveling omzettend in bevoogding, zelfs in verboden. Men mág
überhaupt niet roken van hem. Dat is geen machtsdrift, hij draagt dat
standpunt slechts uit vanwege ons aller bestwil. Heus. En wie niet luisteren
wil, moet maar voelen.


Waar zo’n bekeringsijver aan voorbijgaat is dat elk mens het recht heeft
zichzelf te gronde te richten. Iedereen heeft het recht ongezonde dingen te
doen, zolang ze anderen daarmee niet rechtstreeks raken: je mag je kapot roken
of drinken, te dik zijn, een hoge bloeddruk hebben en toch veel zout eten, je
mag zelfs verslaafd zijn. Wie een ander met alle macht van risico’s wil
afhouden laat zich verleiden tot het instellen van een gezondheidsregime
waarbij elke persoonlijke vrijheid het onderspit delft.


KORT GELEDEN RAAKTE IK zelf in discussie met zo iemand: de voorzitter van
CAN, de Club van Actieve Niet-rokers. Fons Nijpels was boos omdat ik op tv had
gerookt (en aldoende mijn medediscussianten had “vergiftigd”). Dat
ik mijn gespreksgenoten op voorhand netjes had gevraagd of ze bezwaar hadden
als ik zou roken en een vrijbrief had gekregen, maakte de zaak volgens hem
alleen erger. Wat ik als een normale beleefdheidsregel zag – roken moet mogen,
herinnert u zich nog? – was volgens hem namelijk inherent onbeschoft: ik had
anderen gevraagd zich medeverantwoordelijk te maken aan hun ongewenste, door
mij opgedrongen ondergang. En het allergruwelijkste was wel wat ik de kijkers
had aangedaan: “Paffend de huiskamers van honderdduizenden kijkers
binnenstappen blijft een daad van agressief onfatsoen,” schreef hij me.


Wat Fons Nijpels in zijn woede vergat was dat ik geen enkele huiskamer was
ingestapt. Ik bevond me in Hilversum en in die “honderdduizenden
huiskamers” zat ik veilig achter glas; niemand merkte iets van mijn rook,
zelfs de meest gevoelige astmapatiënt niet. Mijn sigaret was voor de kijkers
slechts een afbeelding, niet de werkelijkheid zelf. Maar Nijpels hield vol:
“Ik verzoek u dringend uw verslavingsgedrag te beperken tot uw
privé-omgeving of tot plaatsen waar géén overlast kan worden
gegenereerd.” Ik had hem geen overlast bezorgd, hij was hooguit
ideologisch gekwetst. Een sigaret op tv als overlast voorstellen is een idiote
uitholling van de term. CAN stelt zich met zo’n opmerking niet veel anders op
dan de religieuze fundamentalist die zich getergd voelt door mijn kleding of
door mijn seksuele moraal, en die mij zijn normen wil opleggen terwijl ik mij
niet eens in zijn buurt begeef.


Hoewel zulk fanatisme bevreemdend is, lucht het ook op. Zolang de antirook
brigade zo persistent dom is, kunnen wij rokers rustig ademhalen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Download poster

Citaten

  • "Es ist schwieriger, eine vorgefaßte Meinung zu zertrümmern als ein Atom."
    (Het is moeilijker een vooroordeel aan flarden te schieten dan een atoom.)
    Albert Einstein

  • "Als je alles zou laten dat slecht is voor je gezondheid, dan ging je kapot"
    Anonieme arts

  • "The effects of other people smoking in my presence is so small it doesn't worry me."
    Sir Richard Doll, 2001

  • "Een leugen wordt de waarheid als hij maar vaak genoeg wordt herhaald"
    Joseph Goebbels, Minister van Propaganda, Nazi Duitsland


  • "First they ignore you, then they laugh at you, then they fight you, then you win."
    Mahatma Gandhi

  • "There''s no such thing as perfect air. If there was, God wouldn''t have put bristles in our noses"
    Coun. Bill Clement

  • "Better a smoking freedom than a non-smoking tyranny"
    Antonio Martino, Italiaanse Minister van Defensie

  • "If smoking cigars is not permitted in heaven, I won't go."
    Mark Twain

  • I've alllllllways said that asking smokers "do you want to quit?" and reporting the results of that question, as is, is horribly misleading. It's a TWO part question. After asking if one wants to quit it must be followed up with "Why?" Ask why and the majority of the answers will be "because I'm supposed to" (victims of guilt and propaganda), not "because I want to."
    Audrey Silk, NYCCLASH